Kettingreactie

Hoe een goede ervaring een nare herinnering opriep

Ik had een afspraak in een andere stad, tamelijk ver van het station daar. Dus leende ik een ov-fiets. Na het gesprek fietste ik weer terug. Net toen ik dacht: Wat peddel ik hier lekker met de zon op mijn rug, liep de ketting eraf. Ai, dan kun je dus ook niet meer remmen. Ik ging op de trappers staan en probeerde met één been ‘tegen-steppend’ vaart te minderen. Het zag er vast idioot uit, maar ik kon na drie, vier stops afstappen.

Ik keek naar de kettingkast – helemaal afgesloten; draaide aan een trapper – nul weerstand. Dan maar gaan lopen? Vanaf de overkant stelde een man een andere vraag: ‘Kan ik iets voor je doen?’ Een niet zo grote, kale man met een hippe bril in een dito gewatteerd jack.

‘Ik weet het niet. Mijn ketting lijkt eraf gelopen, maar je kunt er niet bij.’

‘Ik kan de boel wel openschroeven en hem er weer om leggen, als je dat wilt. Ik woon hier vlakbij.’

Niet met vreemde mannen meegaan, klinkt het in mijn hoofd. Maar ik hoor ook de laconieke stem van mijn moeder: Er wonen overal mensen, als er iets is ga je maar gillen.

‘Dat is heel vriendelijk aangeboden,’ begin ik.

‘Ik kan ook mijn gereedschap halen, als je dat liever hebt.’

Hoe je in gedachten razendsnel de scenario’s langsgaat… Dat zou wel érg wantrouwig overkomen, die man heen en weer sturen… ‘Nee, dat hoeft niet. Ik loop met u mee.’ En ik blijf met de fiets buiten op de stoep, denk ik erachteraan.

Na een paar meter informeert hij of ik haast heb. ‘Nee hoor, verder geen verplichtingen. Maar was ú ergens naar op weg?’ Naar de supermarkt, maar dat had ook geen haast.

Even verder wijst hij zijn huis aan. ‘Mijn vrouw zal wel denken…’ In het tuintje voor het aangewezen huis loopt een vrouw naar de voordeur. Dat laat mijn laatste beetje qui-vive verdampen. Zijn stem, met een spoortje Abel (van De taarten) had ook al geholpen.

‘Ik heb aangeboden haar ketting te maken,’ zegt hij tegen zijn vrouw. ‘Oké,’ antwoordt ze, met een e die wat vragend omhoog gaat. Dan kijkt ze mij aan. ‘Heb je wel aan “MeToo” gedacht?’

‘Ik dacht er inderdaad aan, maar we benne’ op de wereld om mekaar, om mekaar, te hellepe’, nie’ waar. Het leek me wel oké.’ Ik laat mijn e dalen.

Ze verdwijnt naar binnen. Hij ook. Even later is hij terug, met een schroevendraaier, een kistje inbussleutels en een paar latexhandschoenen. ‘Over van een haarverfsessie.’

Zittend op het tuinmuurtje kijk ik toe hoe hij het kistje leeg kiept en de goede maat zoekt. De tweede past. Als hij bij de ketting kan, tilt hij hem op de tandwielen.

‘Wil jij zachtjes aan de trappers draaien?’

Ik krijg er geen beweging in.

‘Andere kant op,’ zegt hij en probeert het zelf. Het achterwiel begint te draaien.

De patiënt mag weer gesloten. Ik raap een schroefje van de stoep en geef het hem aan. ‘Alstublieft dokter.’

Klaar. Hij zet de fiets weer op z’n wielen. Ik neem die van hem over. Hij wurmt zijn rechterhand uit het latex. Ik steek de mijne uit. ‘Zeer bedankt!’ We gaan anoniem uit elkaar. Ik bereik het station zonder problemen.

~ * ~

In de trein herinnerde ik me ineens de Franse arts (m) die – zonder latexhandschoenen – de vrijheid nam mij inwendig te onderzoeken, en en passant ook mijn borsten nog even ‘onderzocht’. Ik was 18, voor het eerst met mijn vriendje op vakantie, had met heftige krampen in mijn rug hulp gezocht in een regionaal ziekenhuis.

Later stelde een andere arts (v) de diagnose: nierbekkenontsteking. Niet iets waarvoor op de onderzochte plaatsen aanwijzingen te vinden zijn.

Misschien een goed moment om de Franse versie van de MeToo-hashtag te gebruiken: #BalanceTonPorc *

 

* ‘verlink je varken’

 

© njb 6 november 2017

Wilt u mijn talent inzetten, belt of mailt u dan gerust. Ik kijk uit naar het contact en de samenwerking.

Website by Webroots